Franz Wüllner (1832-1902). Getuige alle missen voor koor en orkest, die er in de 17e, 18e en 19e eeuw zijn geschreven, waren de decreten van het concilie van Trente op het gebied van de kerkmuziek geen onverdeeld succes. In de 19e eeuw ontstond er echter, vooral onder invloed van een historiserende kunstvisie, een hernieuwde belangstelling voor de religieuze muziek uit de 16e eeuw.
In 1854 vestigde hij zich als pianoleraar in München. Zijn ervaringen op het gebied van koormuziek deed hij echter op in Aken, waar hij in 1858 dirigent werd van de stedelijke zangvereniging. Hij zette daar de grote koorwerken van Bach, Händel, Haydn en Mendelssohn op het programma. In 1865 keerde Wüllner terug naar München, waar hij Kapellmeister werd aan het koninklijk hof. Daarmee werd hij een verre opvolger van Roland de Lassus, tijdgenoot van Palestrina. Het zal Wüllner zijn opgevallen, dat er nauwelijks een grotere tegenstelling denkbaar is dan tussen deze twee componisten: waar de werken van Palestrina gekenmerkt worden door een totale afwezigheid van dramatiek, maakte De Lassus juist veelvuldig gebruik van dissonanten en chromatiek, en van grote contrasten in de toepassing van stemtypes.
Terug naar uitvoeringen >22-03-10
Nieuwe huisstijl na 12 jaar - Stichting Stabat Mater presenteert zich vanaf januari 2010 aan de buitenwereld met een compleet nieuwe huisstijl. Deze ‘look and feel’…
Lees verder >
22-03-10
Thema 2010: Intiem & Groots
Lees verder >
22-03-10
Twaalfde Stabat Mater in 2010 groot succes!
Lees verder >