In Oirschot is een expositieruimte gevonden voor kunstwerken, gebaseerd op het thema van Stabat Mater: "het verdriet van de moeder over het lijden van haar kind". Er zullen werken te zien zijn van kunstenaars uit Nederland, Belgie, China, Oekraine en waarschijnlijk ook van een Zwitserse kunstenares. Zodra de definitieve afspraken gemaakt zijn, zullen we hier meer over bekendmaken.
In het museum de 4 Quartieren, dat gevestigd is in het monumentale pand waar ook het VVV-kantoor is ook een speciale tentoonstelling samengesteld o.l.v. Ans Verhouden. Ook die werken kennen het Stabat Mater-thema.
.jpg)
Passie in Oirschot krijgt dit jaar voor het eerst vorm en inhoud: meer activiteiten passend bij het thema. Een groep studenten van de kunstopleidingen (drama, muziek, film, theater, circus) stellen o.l.v. hun docent Jan Grolleberg een eigen programma samen, wat wordt uitgevoerd met de harmonieen van Oirschot, de gilden, en schoolkinderen. Ook zullen er lezingen worden verzorgd over Stabat Mater, in het Boterkerkje. En er zijn rondleidingen door VVV-gidsen. Wie interesse heeft met een groep (vanaf minimaal 15 personen) gebruik te maken van een arrangement (dat wil zeggen het bezoeken van een van de concerten op vrijdag of zaterdag) voorafgegaan met een rondwandeling, museumbezoek of lezing, plus een eenvoudige maaltijd (soep, broodjes en koffie/thee) betaalt slechts 45 euro totaal.
U kunt zich melden bij ons kantoor, liefst per mail: secretariaat@stabatmater.nl
De Stabat Materconcerten zijn op 23, 24 en 25 maart 2012. Drie concerten: vrijdag- en zaterdagavond en zondagmiddag. Zoals elk jaar. Ze beginnen stipt op tijd: vrijdag- en zaterdagavond 20.30u en zondagmiddag 14.30u. De eerder ingezette daling van de kaartverkoop aan particulieren van de laatste jaren is fors gedraaid in een enorm hoge verkoop in april 2011. Sociale media (Twitter, LinkedIn) en een postercampagne gingen hand in hand met free publicity acties. Dit bracht een echte ommekeer teweeg. De resultaten waren buitengewoon positief: ruim 2300 bezoekers kwamen in april 2011 naar Oirschot!
Daarom is besloten eerder de kaartverkoop te starten en al vanaf 1 december 2011. De zondagmiddag zit al vol! Belangstellenden kunnen direct kaarten bestellen via deze website (zie onder kaarten) en ook per fax: 0411-63 29 90. Kaarten worden na ontvangst van de betaling aan de bezoekers toegestuurd. De kosten voor een particuliere kaart 35 euro (inclusief BTW). Er zijn voor alle concerten ook kaarten in de zijbeuken beschikbaar. Prijs: € 17,50 per stuk.
Er zijn interessante arrangementen onder de titel 'Passie in Oirschot' samengesteld, op maat, aan te passen aan uw wensen. Voor 45 euro p.p. krijgt u een rondleiding door Oirschot, een lezing, bezoek aan kunstexposities en een maaltiijd. Plus het concert! Vanaf 15 personen. Neem contact op met Theodoor van Leeuwen (tvleeuwen@xs4all.nl of 0653.155361). Samen met u stelt hij een interessant programma samen voor een gezellig cultureel dagje uit naar Oirschot. GEWOON DOEN!
De Petruskerk in Oirschot is in de afgelopen drie jaren stevig gerestaureerd. Drie jaren in de steigers staan is niet niks. Ook wij hebben hiervan wel de consequenties moeten aanvaarden. het is prachtig hoe het ekrkbestuur en de aannemer ons concertweekend hebben ondersteund. Het boek is vanaf 15 april beschikbaar. Prijs: € 35,00 exclusief verzendkosten. te bestellen via de pastorie, Nieuwstraat 17 in Oirschot. Ruim 100 pagina's over HET GEZICHT VAN OIRSCHOT. Een kanjer van een kerk.
Stichting Stabat Mater kijkt al uit naar 2013, het jaar waarin het derde lustrum kan worden gevierd. "Het eenmaal in de vijf jaar markeren van je bestaan is niet allen een symbolische daad, maar betekent ook dat je je bewust bent van wie je als stichting bent en wat je betekent!" zegt directeur Theodoor van Leeuwen. Eerder in zijn carrière als directeur/ondernemer van een groep communicatiebureaus (Thema Communicatie) werd ook elke vijf jaar op opvallende wijze gevierd. "Dat heeft ook een aantal voordelen," beweert Van Leeuwen, "want je krijgt er extra aandacht door van je relaties, je hebt de mogelijkheid aan te tonen dat je bestaansrecht hebt en het dwingt jezelf en je organisatie goed na te denken over de toekomst!"
Onze stichting heeft het programma voor 2014 momenteel scherp in het vizier en over 2015 wordt al gesproken. Dat wil zeggen, dat we nu al het besluit genomen hebben welke combinatie van composities/werken we willen brengen. Daar begint het werk voor het bestuur en mij ook mee. Het bestuur bespreekt het programma en we bekijken of we dat financieel kunnen realiseren. De individuele leden van het bestuur wijzen mij hierbij de weg en/of ondersteunen me bij dit voorbereidende werk. Een belangrijke factor bij ons planningswerk is natuurlijk de vraag of we een reële, sluitende begroting kunnen maken. Door ver vooruit te werken, hebben we het voordeel dat we gewenste gezelschappen goed kunnen bedienen, omdat drie jaar vooruit meestal wel ruimte in hun agenda biedt met ons samen te werken. Jaren vooruit werken heeft het nadeel dat je dus langjarige financiële verplichtingen hebt. Daarom is het ook belangrijk dat we ons verzekerd hebben van voortreffelijke sponsoren met meerjaren contracten!"
Maakt zakelijk leider/directeur Van Leeuwen zich zorgen over de steun vanuit bedrijfsleven en overheid? "We hebben in de afgelopen jaren steeds te maken met wisselende omstandigheden in de economie. Altijd weer weten we voldoende steun te verwerven. Dat komt ook omdat we een stevige positie hebben weten te verwerven bij onze ondersteuners. Die weten zich gehoord, gewaardeerd. Krijgen kwaliteit geleverd, waardoor zij hun relaties kunnen laten genieten. Natuurlijk is het flink werken geblazen, maar dat is geen enkel probleem. Het Stabat Mater is voor mij plezier, het hele jaar door!"
Speerpunt van het artistieke beleid is de uitvoering van onbekend en nog niet uitgegeven repertoire. Daartoe wordt veel musicologisch onderzoek verricht. De talrijke speurtochten in de afgelopen 25 jaar hebben geleid tot een bijzondere bibliotheek en opmerkelijke uitvoeringen. Zo produceerde het Combattimento Consort in 2007 de enig overgeleverde opera Arminio van Heinrich Ignaz Franz von Biber. Onbekende instrumentale werken worden, al dan niet in combinatie met bekender repertoire, op basis van thematiek geprogrammeerd. De instrumentenkeuze van het ensemble is niet dogmatisch. De specifieke klankvoorstelling bij een compositie bepaalt de keuze voor darm- of stalen snaren, een barok- of een modern instrument. Keuzes worden altijd gemaakt met respect voor de historische uitvoeringspraktijk
Het Combattimento Consort bestaat uit een vaste kern van 14 musici. Deze wordt afhankelijk van het repertoire uitgebreid met vaste gastmusici. In de loop der jaren is een eigen, herkenbare en homogene speelstijl ontwikkeld die als de ‘Combattimento-school’ kan worden aangeduid, herkenbaar als energiek, vindingrijk, stijlbewust en inspirerend. Het ensemble presenteert zich als ‘consort’, maar met zichtbaarheid van het ‘individu’. Jan Willem de Vriend leidt het Combattimento Consort vanaf de ‘eerste stoel' en treedt alleen bij grotere producties (oratoria en opera’s) op als dirigent. Instrumentale solisten komen doorgaans uit het ensemble zelf. Bij een aantal projecten wordt samengewerkt met koren, operahuizen en theatergezelschappen.
Terug naar uitvoeringen >
De CAPELLA ISALANA is een professioneel vocaal ensemble in het Oosten van Nederland (pro¬vincies Gelderland en Overijssel), met Klaas Stok als artistiek leider. Het bouwt voort op de basis die vanaf mei 1991 werd ge¬legd door het Nijmeegse kamerkoor Capella Carolina. Mede door zijn bijzondere program¬mering heeft dit koor tot 2000 een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van het koorleven in Zuidoost-Nederland.
Het initiatief om dit ensemble in 2003 een herstart te geven als CAPELLA ISALANA komt van een aantal vo¬calisten uit de Carolina-kern in de regio Nijmegen, die de ambitie hebben om kwalitatief in¬teressant repertoire voor vocale ensembles op hoog niveau tot uitvoering te brengen. De ar¬tis¬tie¬ke oriëntatie kan worden omschreven als innoverend, en verrassend. Innoverend omdat de uit¬voering van onbekende, splinter¬nieuwe of vergeten werken voorop staat. Verrassend, om¬dat in de programmering wordt gezocht naar boeiende combinaties van historisch en he¬den¬daags repertoire.
Tot de door Capella Isalana gerealiseerde projecten behoren:
Domenico Scarlatti [1685 – 1757] werd in 1685 geboren, als zesde van tien kinderen en oudste zoon van de componist kapelmeester Alessandro Scarlatti. Naast componist was hij klavecinist en organist. Hij is voornamelijk bekend geworden door zijn grote aantal sonates voor klavecimbel, die door hun eigenzinnige stijl en technische eisen een belangrijke invloed hebben gehad op de Spaanse en Engelse klaviermuziek – en indirect op de Duitse, Franse en Italiaanse klaviermuziek. Hoewel van Scarlatti bekend is dat hij ook een groot aantal opera’s, symfonieën, een Stabat Mater en enkele cantates heeft geschreven, worden deze werken niet of nauwelijks uitgevoerd en is hij bij het grotere publiek voornamelijk bekend om de uitvoeringen van zijn sonates voor klavecimbel of klavier, waarvan hij ruim 500 composities op zijn naam heeft staan.
Domenico Scarlatti’s tienstemmig Stabat Mater is verdeeld in zeven secties elk opgebouwd uit één tot vijf stanza's. Vergeleken bij andere werken uit die tijd, die sterk door de Napolitaanse School werden beïnvloed, is zijn Stabat Mater nog hoofdzakelijk gebaseerd op de zestiende eeuwvormen met in elkaar gevlochten polyfone melodieën, hoewel ook af en toe de individuele stemmen naar de voorgrond treden. Meer uit die tijdsperiode is het gebruik van fuga’s, een compositievorm waarin meerstemmigheid en gevarieerde herhaling een hoofdrol speelt, in gedeelten van de stanza’s. Door de verrassende harmonische wendingen, contrapuntische stemvoeringen en contrasterende effecten slaat het werk een brug tussen de stijlperiodes Renaissance en Barok.
Terug naar uitvoeringen >

Giovanni Gualberto Brunetti [1707 – 1787] studeerde aan het conservatorium van Napels en kreeg daar een aanstelling als tweede kapelmeester. In 1754 werd hij benoemd tot directeur muziek van de kathedraal in Pisa. Naast opera’s en andere werken componeerde hij voornamelijk liturgische werken, waaronder een Stabat Mater.
De partituur van het Stabat Mater van Brunetti staat heel dicht bij die van Pergolesi. De compositie telt 13 delen: zes duetten, vier sopraanaria’s en drie aria’s voor de alt en kent een instrumentale inbreng van uitsluitend strijkers, eventueel uitgebreid met een klavecimbel of orgel. De eerste vier delen wijken wat de keuze van toonsoort, tempo, dynamiek, vorm en tekstindeling betreft nauwelijks af van Pergolesi’s origineel. Daarna trekt Brunetti iets meer zijn eigen plan, zonder zich overigens ver van de voorbeeldpartituur te verwijderen. Letterlijke citaten en bijna-aanhalingen zijn absoluut niet zeldzaam. En toch: het Stabat Mater van Brunetti is een authentiek, in zijn tijd passend kunstwerk, dat het verdient ook in 2008 opnieuw gehoord te worden.
Terug naar uitvoeringen >
De artistieke verantwoordelijkheid is in handen van Louis Buskens. Hij werd geborden in 1950 in Eindhoven. Zijn eerste muzikale opvoeding genoot hij van Floris van der Putt, rector cantus van het kathedrale koor van de Sint Jan in `s-Hertogenbosch. Na het behalen van zijn gymnasiumdiploma studeerde hij aan het Brabants Conservatorium in Tilburg de hoofdvakken blokfluit, schoolmuziek en koordirectie. Hij behaalde het einddiploma Uitvoerend Musicus Bij Jan Boogaarts.
Na zijn studie was hij jarenlang verbonden aan de Universiteit van Eindhoven als dirigent van studentenkoor en -orkest.
Op dit ogenblik is Louis Buskens hoofdvakdocent koordirectie in Groningen en Tilburg. Verder heeft hij inmiddels een indrukwekkende staat van dienst opgebouwd als koordirigent voor grote operaproducties zowel nationaal als internationaal.
Terug naar uitvoeringen >
Daan Manneke is Nederlands componist en organist. Hij begon zijn professionele muziekstudie aan het Brabants Conservatorium (compositie en orgel) in Tilburg. Na het conservatorium vervolgde hij zijn orgelopleiding in Brugge en Brussel. Verdere compositiestudies volgde hij bij Ton de Leeuw in Amsterdam.
Sinds 1972 is Daan Manneke verbonden aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam. Eerst als docent improvisatie en analyse van de 20ste-eeuwse muziek en sinds 1986 als docent hoofdvak compositie. Meestal schrijft hij zijn werken in opdracht. Zijn oeuvre omvat vooral geestelijke muziek en kamermuziek. Hij werd meerdere malen onderscheiden. Daan Manneke is oprichter en dirigent van het kamerkoor Cappella in Breda.
Terug naar uitvoeringen >
Het Nederlands Kamerkoor werkt samen met dirigenten die gespecialiseerd zijn in verschillende muziekperioden. Dirigent Klaas Stok is met ingang van het seizoen 2005/2006 benoemd tot koorleider. Tot zijn taken behoren het bewaken van de individuele kwaliteit van de zangers, de stemgroepen en van het koor als geheel. Hij treedt daarbij voor de meeste projecten als repetitor op en dirigeert zelf een concertprogramma per seizoen.
Het Nederlands Kamerkoor werd in 1937 door de internationaal vermaarde dirigent en pianist Felix de Nobel opgericht. Het is een volledig zelfstandig en full time vocaal ensemble. Het koor richt zich in de eerste plaats op de a capella koorzang van de vroege Middeleeuwen tot en met de dag van vandaag en treedt op in eigen a capella abonnementsseries op elf locaties in Nederland. Daarnaast werkt het koor samen met verschillende instrumentale ensembles en symfonieorkesten in binnen- en buitenland.
William Cornysh (1430-1502) stamt uit een geslacht van musici en ambachtslieden uit Westminster. Hij was waarschijnlijk al enige tijd in dienst van de Westminster Abbey voordat hij in 1479 de prestigieuze baan kreeg van Informator Choristarum ('koordirigent') van de Lady Chapel.
In 1493 benoemde koning Hendrik VII hem tot Gentleman of the King's Chappell, hetgeen betekende dat hij verantwoordelijk was voor de liturgie aan het hof van de Tudors. Vanaf 1499 kreeg hij een riant pensioen van de Westminster Abbey. Hij ligt begraven op de begraafplaats van Saint Margaret's, een bescheiden kerkje naast de Abbey.
Cornysh schreef zijn Stabat Mater voor vijf stemmen, maar hij maakt slechts sporadisch van deze vijfstemmigheid gebruik. Het overgrote deel is driestemmig, waarbij een aantal malen een passage voor drie hoge stemmen wordt afgewisseld met een passage voor drie lage stemmen. Het is een typisch gegeven van de Engelse Middeleeuwse muziek, dat deze stemverdeling, evenals de plaatsen waar de muziek tot een afsluiting komt, nauwelijks iets te maken heeft met de inhoud van de tekst. De muziek verheft de tekst tot een ander niveau door haar eigen uitbundige gang te gaan, in lange lijnen of in korte motiefjes, met hier en daar een spoor van imitatie tussen de partijen onderling. Maar een verklanking van het dramatische karakter van het Stabat Mater zal men in dit soort muziek tevergeefs zoeken.
Terug naar uitvoeringen >
Wat was er dan zo ongewoon aan het Stabat Mater? Allereerst gaf Alphons Diepenbrock voor de hoge partijen de voorkeur aan vrouwenstemmen, terwijl het Pastoraal Concilie uit 1865 de deelname van vrouwen in de katholieke eredienst op welke wijze dan ook had verboden.
Maar het grootste bezwaar was, dat de compositie, behalve de ontegenzeggelijke invloeden van Palestrina, ook invloeden van Richard Wagner vertoonde, een componist voor wie Diepenbrock grote bewondering had. Vooral de chromatiek in melodiebouw en harmonieën, die volgens de kerkelijke autoriteiten door de goddeloze Wagner bedoeld waren om lustgevoelens op te wekken, waren een doorn in het oog. In 1906 werd het Veni Creator van Diepenbrock nog uit de kerk verbannen, omdat de kerkelijke censuur er een akkoord uit Tannhäuser of Tristan und Isolde in meende te herkennen.
Diepenbrock had wel meer problemen met zijn Stabat Mater. Hij was het als classicus niet eens met de veranderingen die bij de invoering in 1727 in de tekst waren aangebracht. De tekst zoals hij die toonzette, was grotendeels de tekst zoals hij die uit het Stabat Mater van Palestrina kende. Hij heeft een aantal malen geprobeerd zijn standpunt bij de kerkelijke autoriteiten uiteen te zetten, maar het mocht niet baten.
Tenslotte was voor Diepenbrock het Stabat Mater nog altijd verbonden met de lijdensweek, in weerwil van de Vaticaanse feestkalender die het stuk op 15 september had geplaatst. Diepenbrock zorgde er dan ook voor, dat de uitvoeringen van zijn Stabat Mater in de Goede Week plaatsvonden, bij voorkeur op Palmzondag of Goede Vrijdag.
In 1916 werd het verbod op kerkelijke uitvoeringen van zijn werken eindelijk opgeheven met de uitvoering van zijn Missa in Die Festo in de kathedrale Catharinakerk te Utrecht. Maar toen had Diepenbrock zich allang gedesillusioneerd van het componeren van kerkmuziek afgekeerd.
Terug naar uitvoeringen >
Franz Wüllner (1832-1902). Getuige alle missen voor koor en orkest, die er in de 17e, 18e en 19e eeuw zijn geschreven, waren de decreten van het concilie van Trente op het gebied van de kerkmuziek geen onverdeeld succes. In de 19e eeuw ontstond er echter, vooral onder invloed van een historiserende kunstvisie, een hernieuwde belangstelling voor de religieuze muziek uit de 16e eeuw.
In 1854 vestigde hij zich als pianoleraar in München. Zijn ervaringen op het gebied van koormuziek deed hij echter op in Aken, waar hij in 1858 dirigent werd van de stedelijke zangvereniging. Hij zette daar de grote koorwerken van Bach, Händel, Haydn en Mendelssohn op het programma. In 1865 keerde Wüllner terug naar München, waar hij Kapellmeister werd aan het koninklijk hof. Daarmee werd hij een verre opvolger van Roland de Lassus, tijdgenoot van Palestrina. Het zal Wüllner zijn opgevallen, dat er nauwelijks een grotere tegenstelling denkbaar is dan tussen deze twee componisten: waar de werken van Palestrina gekenmerkt worden door een totale afwezigheid van dramatiek, maakte De Lassus juist veelvuldig gebruik van dissonanten en chromatiek, en van grote contrasten in de toepassing van stemtypes.
Terug naar uitvoeringen >
Toen in 1960 Threnody to the Victims of Hiroshima van de Poolse componist Krzysztof Penderecki (*1933) uitkwam, reageerde men in het Westen enthousiast. Dit was nu eens een baanbrekend werk, en nog wel uit het communistische Oost-Europa.
Penderecki schreef het stuk voor 52, als solisten behandelde, strijkers, die hij klanken liet voortbrengen die men nog nooit van een dergelijk ensemble had gehoord: slagwerk-achtige geluiden, clusters, fluistergeluiden, sirene-achtige geluiden. Het deed soms pijn aan de oren, maar de titel rechtvaardigde dat.
De vraag is, of het stuk ook zo'n succes was geworden, wanneer Penderecki niet de raad van zijn uitgever had opgevolgd er een meer pakkende titel aan te geven, maar had vastgehouden aan zijn eigen titel voor het werk: 8' 37", de totale duur van het stuk. Want men was in het Westen ook verrast door de politieke lading van het stuk, de herdenking van de slachtoffers van de Amerikaanse atoombom op de Japanse stad Hirosjima, op 6 augustus 1945. Dit getuigde van een verwerking van het verleden waar men in het na-oorlogse Westen nog lang niet aan toe was.
In 1963 verscheen Penderecki's Stabat Mater. Het is geschreven voor drie gemengde koren op slechts een deel van de oorspronkelijke tekst (alleen de tekstdelen a1, c1, e1-2 en k1-2 worden gebruikt). Het kreeg aanzienlijk minder aandacht dan de Threnody. In West-Europa had net de ontkerkelijking ingezet, en men zat daar niet te wachten op een werk met een katholieke strekking, zelfs niet als men besefte dat dit in het communistische Oost-Europa een daad van stil verzet betekende. Voor Penderecki echter was het religieuze aspect slechts bijzaak.
Terug naar uitvoeringen >
Peter Cornelius (1824-1874) werd geboren in Mainz, Duitsland. Hij was een man met vele talenten. Cornelius was componist, violist, dichter, acteur en een linguïstisch genie. Hij was een leerling van Dehn te Berlijn en een vriend en bewonderaar van Liszt, Wagner and Berlioz.
Cornelius kreeg grote bekendheid als componist van enkele bijzonder geslaagde opera’s zoals Der Barbier von Bagdad (1858; première o.l.v. Liszt) en Der Cid (1865). Tevens schreef Cornelius prachtige, fijnzinnige liederen waarin hij eigen gedichten gebruikte. Zijn kerkmuziek wordt gezien als zijn beste werk. Toch is zijn Stabat Mater voor de meeste luisteraars een onbekend muziekstuk.
Terug naar uitvoeringen >
Joseph Rheinberger (1839-1901) werd geboren in Liechtenstein. Het grootste gedeelte van zijn leven bracht hij in Duitsland door.
Rheinberger studeerde aan de Koninklijke Muziekschool in München. Hij was daar vanaf 1860 orgelleraar, een functie die hem beroemd maakte. Vanaf 1867 was hij tevens contrapuntleraar. Naast leraar was Rheinberger componist, organist en kapelmeester. Van zijn omvangrijk oeuvre zijn vooral de 20 grote orgelsonates belangrijk.
Ook schreef Rheinberger opera's - waarvan Der arme Heinrich zeer bekend werd -, orkestwerken, 2 orgelconcerten, koorwerken (o.a. 12 missen), kamermuziek, pianowerken en liederen. Rheinberger’s Stabat Mater typeert zich door een Barok-stijl. Het wordt beschreven als een muziekstuk van een moderne en tevens traditionele kwaliteit.
Terug naar uitvoeringen >Het Schiermonnikoog Festival Ensemble bestaat uit de violisten Philippe Graffin en Lex Korff de Gidts, de altviolist Roger Chase en de cellisten Jeroen Reuling en René Berman.
Graffin’s individuele speelstijl heeft ervoor gezorgd dat hij momenteel een van Frankrijks meest geliefde violisten is. Hij studeerde bij Joseph Gingold en Philipp Hirschhorn en heeft naam gemaakt met opnames van relatief onbekende vioolconcerten van componisten als Saint-Saëns, Fauré en Coleridge-Taylor. Hij heeft de podia van de wereld gedeeld met vele solisten en orkesten.
In Nederland werkte hij samen met het Residentie Orkest en het Radio Symfonie Orkest. Philippe’s interesse in hedendaagse muziek heeft ervoor gezorgd dat veel beroemde componisten werken voor hem hebben geschreven.
Korff de Gidts begon zijn muzikale loopbaan met lichte en klassieke muziek. Hij deed een vioolstudie bij Peter Ashley en Davina van Wely. Als primarius van het Miranda Strijkkwartet en violist van het Mendelssohn Trio maakte hij opnames en tournees in Europa en de VS. Korff de Gidts is, behalve in solorecitals, actief als altviolist en dirigent. Hij geeft internationaal masterclasses en is een veel gevraagd jurylid bij concoursen. In 2000 creeërde hij samen met kunstenaars het avontuurlijke, interactieve programma ‘Transformatie’. Tegenwoordig is hij verbonden aan het conservatorium in Amsterdam.
Terug naar uitvoeringen >
Luigi Boccherini (1743-1805) werd geboren in een artistiek gezin in Lucca, Italië. Zijn vader speelde bas en cello, een broer (Giovan) zou libretti gaan schrijven voor opera’s van Salieri en Mozart. Zus Maria werd in Wenen een gevierd danseres en Luigi zelf begon zijn muzikale loopbaan al op dertienjarige leeftijd.
Binnen de kortst mogelijke tijd werd hij allerwegen beschouwd als de grootste door Europa rondtrekkende cellovirtuoos. In 1769 werd hij benoemd tot hofcomponist en solocellist in het orkest van de Infante (prins) Dom Luis in Madrid. Omdat de hofkapel maar uit weinig musici bestond, begon Boccherini vanaf dat moment vooral kamermuziek te schrijven.
Zijn andere composities (een opera, enkele oratoria, vele symfonieën en een groot aantal concerten voor cello en andere solo-instrumenten) dateren vrijwel alle uit de pre-Spaanse periode. In dienst van de Infante produceerde hij maar liefst meer dan honderd strijkkwintetten (een door hem ontwikkeld genre), bijna evenveel strijkkwartetten en een vergelijkbare hoeveelheid kamermuziek-werken voor ensembles in wisselende samenstelling. De eerste versie van het Stabat Mater voor sopraan en strijkkwintet stamt uit 1781;in 1800 werd de compositie door Boccherini aan een revisie onderworpen. Niet alleen het intieme, tedere en tegelijkertijd gepassioneerde karakter, maar ook de muzikale kenmerken (een klassiek werk met onmiskenbare verwijzingen naar zowel de late barok, de vroege romantiek als de Italiaanse zangstijl) bleven daarbij onaangetast. De muzikale verwantschap met Pergolesi’s serene toonzetting van dezelfde tekst is duidelijk, ondanks de geheel andere (lees: zwaardere) eisen die Boccherini vocaal en instrumentaal aan de uitvoerenden van zijn Stabat Mater stelt.
Terug naar uitvoeringen >
Arvo Pärt (1935) woont sinds 1982 in Berlijn, maar de laatste jaren brengt hij weer steeds meer tijd door in zijn geboorteland Estland. In het jaar 2005 werd hij zeventig.
Pärt studeerde compositie bij Heino Eller aan het conservatorium van Tallin. In de periode van 1957 tot 1967 was hij werkzaam als klankregisseur bij de radio van Estland en schreef hij filmmuziek. Hij componeerde seriële muziek, gebruikte collagetechnieken en werd wereldwijd succesvol door zijn ‘tintinnabuli’, oftewel ‘klokjes’-stijl.
Pärt gebruikt een opvallende vermindering van muzikale middelen die erop is gericht zeer elementaire processen opnieuw met betekenis te vullen.Deze werkwijze loopt samen met zijn toegenomen belangstelling voor rituele en liturgische bronnen van muziek. Vanaf zijn Credo (1968), dat hem in conflict bracht met de Sovjetautoriteiten, liggen steeds vaker religieuze teksten en motieven aan zijn werken ten grondslag. In de jaren negentig bereikte hij een ware cultstatus, mogelijk door de opkomst van new age en algemene hang naar spiritualiteit. Zijn Stabat Mater kenmerkt zich door een hoge mate van kwetsbaarheid, tonaliteit en meditatieve rust.
Terug naar uitvoeringen >
Karol Szymanowski [1883-1937] is in Tymoszówka (Oekraïne) geboren. Hij studeerde in Warschau en verhuisde in 1910 naar Wenen. Hij maakte enkele reizen naar Italië. Tijdens de Eerste Wereldoorlog woonde hij in zijn geboorteplaats waar hij zich wijdde aan het schrijven van filosofisch-esthetische studies.
In 1919 keerde hij terug naar Warschau. Hier werd hij in 1926 directeur van het conservatorium en van 1930 tot 1932 was hij directeur van de muziekacademie. Szymanowski wordt beschouwd als één van de prominente vertegenwoordigers van de moderne Poolse muziek.
Naar zijn mening zou godsdienstige muziek vooral gevoel moeten uitdrukken en als gevolg daarvan verkoos hij Pools boven Latijn. Voorts zouden composities godsdienstig maar niet liturgisch moeten zijn. Volgens kenners is hij uitstekend geslaagd dit in zijn Stabat Mater te doen.
Terug naar uitvoeringen >
Frantisek Ignác Antónin Tuma [1704-1774] is geboren in Kostelec nad Orlici, Tsjechië. Hij leefde het grootste deel van zijn leven in Wenen. Eerst als muziekdirecteur voor Graaf Franz Ferdinand Kinsky, later voor de weduwe van Keizer Karl VI.
Frantisek Tuma was organist en een zeer goede theorbe-speler. Zijn religieuze oeuvre bestaat uit 65 missen, 29 psalmen en 5 Stabat Maters. Tuma componeerde in de traditioneel, quasi-palestriniaanse stijl, evenals in een meer barokke stijl. Een beperkt aantal van zijn vocale werken is gepubliceerd, waaronder 'Stabat Mater a 4 voci e basso continuo'.
Terug naar uitvoeringen >
Franz Liszt [1811-1886] is van Duitse komaf maar werd geboren in het Hongaarse Doborján (thans Raiding, Oostenrijk). Als reeds zeer vroeg zijn muzikale begaafdheid blijkt, verhuist het hele gezin naar Wenen en later naar Parijs.
Daar werd de jonge Liszt op handen gedragen vanwege zijn virtuoos pianospel en zijn enorme improvisatiekunst. Hij verovert en doorkruist Europa van Ierland tot Turkije en van Portugal tot Rusland.
Dan wordt hij tot buitengewoon hofkapelmeester benoemd in Weimar. Hier was hij als dirigent de pionier van de ‘moderne’ muziek en had hij een grote schare van leerlingpianisten en -componisten om zich heen. Wanneer hij zich in 1861 in Rome vestigt, wijdt hij zich vooral aan de kerkmuziek. Hij verdeelt zijn jaren over Rome, Boedapest (waar hij vanaf 1875 voorzitter van de landelijke muziekacademie is) en Weimar.
Terug naar uitvoeringen >
Franz Peter Schubert werd in Lichtental, bij Wenen, geboren als zoon van een onderwijzer, een groot muziekliefhebber. Hij gaf Franz vioollessen, en Franz leerde piano spelen van zijn broer. Vanaf zijn negende studeerde hij zang, orgel, viool en contrapunt bij Michael Holzer, organist van de plaatselijke parochiekerk.
Als kind begon hij al te componeren, maar veel jeugdwerk is verloren gegaan. De beroemde componist Salieri ontdekt Schubert en geeft hem gedurende een aantal jaren gratis les. Na enkele jaren in het onderwijs stopt Schubert met lesgeven en vanaf 1818 besteedt hij al zijn tijd aan muziek.
Veel steun ondervindt hij daarbij van zijn vriend Schober en van de bariton Michael Vogler, met wie hij op tournee ging, en die veel liederen van Schubert op zijn repertoire nam. In 1823 krijgt Schubert syfilis, waaraan hij op 31-jarige leeftijd sterft. Schubert is in eerste instantie bekend geworden door zijn liederen. Ruim 600 stuks, o.a. op teksten van Schiller en Goethe (Gretchen am Spinnrade, Erlkönig). Daarnaast schreef hij veel pianomuziek, 14 strijkkwartetten en 9 symfonieën. Hij was ook een religieus man, die veel kerkmuziek componeerde, hoewel hij weinig voelde voor de katholieke kerk. In zijn 6 missen laat hij de zin "et unam sanctam catholicam et apostolican ecclesiam" consequent weg, zodat deze alleen met speciale dispensatie in de katholieke kerk uitgevoerd mochten worden.
Terug naar uitvoeringen >
Over Josquin Des Préz is niet veel bekend. Hij werd geboren in de regio Hainault (Henegouwen) in België, waarschijnlijk in de plaats Condé. Zijn werkelijke naam is Lebloitte.
Meestal wordt zijn geboortejaar vermeld als c.1440, afgeleid uit het feit dat ene Josquin in 1459 zanger werd in de kathedraal te Milaan. Recent is gebleken, dat dit niet de componist geweest zal zijn, maar een andere Josquin, die in 1498 overleden is. Josquin was een student van Ockegem.
Rond 1477 was hij werkzaam in Milaan, bij de familie Sforza. Van 1489 tot 1495 maakte hij deel uit van het pauselijk koor in Rome. Daarna heeft hij nog gewerkt aan het hof van Louis XII van Frankrijk, en aan het hof van René van Anjou in Ferrera, tot hij in 1504 terugkeerde en provoost werd van de Notre-Dame te Condé, wat hij tot zijn dood bleef. Josquin werd al in zijn tijd geëerd als een groot componist; 3 boeken met zijn missen werden in de jaren 1502 - 1514 al gepubliceerd. Hij componeerde ongeveer 25 missen, meer dan 120 motetten en ca. 70 niet-liturgische liederen (chansons) op Spaanse, Italiaanse en Duitse teksten. De muziekstijl van Josquin was een combinatie van twee culturen, uit het Noorden waar hij was geboren, en uit het Zuiden, waar hij zijn artistieke volwassenheid bereikte en vele productieve jaren van zijn leven spendeerde.
Terug naar uitvoeringen >
Antonio Vivaldi werd geboren als de zoon van een violist aan de San Marco kathedraal in Venetië en leerde al op jeugdige leeftijd viool spelen. Hij volgde de opleiding voor priester en sloot die succesvol af in 1703, maar besloot toen zich geheel aan de muziek te wijden.
Hij was een zeer talentvolle violist en daarnaast een vruchtbare componist, met zo'n 750 werken. Een groot deel van zijn leven was Vivaldi (de "rode pater", wegens zijn vuurrode haardos) verbonden aan het Ospedale della Pietà, een instelling voor de opvang van meisjes (wezen, maar ook onwettige kinderen van edellieden).
Bij hun opvoeding speelde muziek een grote rol, en Vivaldi componeerde dan ook veel muziek die op het Ospedale kon worden uitgevoerd, zowel concerti als religieuze muziek. Een groot deel van zijn leven woonde Vivaldi samen met de zangeres Anna Giraud. In 1740 vertrok hij om niet geheel duidelijke redenen naar Wenen, waar hij in Juli 1741 overleed.
Vivaldi werd al tijdens zijn leven bekend in heel Europa. Veel van zijn werk werd gepubliceerd door de Amsterdamse uitgever Roger, en componisten, waaronder Bach, bestudeerden zijn composities en maakten soms bewerkingen. Ook heden ten dage is Vivaldi nog één van de meest geliefde componisten, waarbij vooral zijn "Vier Jaargetijden", het Gloria en het Stabat Mater bekendheid genieten.
Jan Willem de Vriend was in 2002 gastdirigent van Het Brabants Orkest en Brabant Koor tijdens onze concertreeks. Toen werd het Stabat Mater van Dvořák uitgevoerd. In 2009 is hij weer in Oirschot.Dan worden werken uitgevoerd van Scarlatti en Brunetti door het Combattimento Consort uit Amsterdam en het koor Capella Isalana.
Na zijn vioolstudie aan het Amsterdamse Sweelinck conservatorium rondde Jan Willem de Vriend zijn studies af bij Davina van Wely aan het conservatorium in Den Haag. Als lid van diverse kamermuziekensembles trad hij vele malen op in binnen- en buitenland.
In 1982 richtte hij zijn eigen kamerorkest op: 'Combattimento Consort Amsterdam' (CCA) dat zich specialiseert in 17e en 18e eeuws repertoire.
Naast vele concerten in Nederland trad het CCA op in o.a. Noorwegen, Duitsland, Frankrijk, Zwitserland, Spanje en Turkije. Het orkest maakte meer dan vijftien cd-opnamen en trad verschillende malen op voor radio en televisie. Vanuit de concertmeesterstoel bij verschillende kamermuziekformaties en orkesten ontwikkelde Jan Willem de Vriend zich als dirigent. Verschillende kamer- en symfonieorkesten uit Nederland, Zwitserland, Duitsland en Italië nodigden De Vriend herhaaldelijk uit. Een belangrijk onderdeel is het dirigeren van opera's als Monteverdi, Rameau, Purcell en Händel. Sinds 1996 maakt Jan Willem de Vriend diverse cd's voor het label BONA NOVA. Een van de laatst uitgekomen cd's, met reconstructies van composities van J.S. Bach, is in het blad Luister met een 10 bekroond.
Terug naar uitvoeringen >
Antonin Dvorák [1841-1904], werd geboren als zoon van een slager-herbergier in de omgeving van Praag. Hij werkte als organist in die stad en verkreeg aanvankelijk maar moeizaam erkenning als componist, totdat Brahms een contract voor hem wist te verkrijgen bij de Duitse uitgever Simrock.
Na de publicatie van zijn Slavische Dansen in 1878 begon zijn faam als componist te groeien, met name in Engeland, dat hij tussen 1884 en 1896 niet minder dan acht keer bezocht. Hij reisde ook naar de Verenigde Staten, waar hij van 1892 tot 1895 de positie van artistiek directeur vervulde aan het conservatorium van New York. Dvorák componeerde negen symfonieën.
De beroemdste is ongetwijfeld: 'Uit de Nieuwe Wereld', een compositie die hij in 1893 in New York schreef. Zijn eerste belangrijke kerkelijk werk, het Stabat Mater, schreef hij in de schaduw van de dood: in de periode dat hij dit werk componeerde verloor Dvorák zijn drie oudste kinderen. De première van Dvorák's Stabat Mater vond plaats in 1880. De tweede uitvoering in 1882 werd gedirigeerd door componist en groot bewonderaar van Dvorák, Leos Janacek. Met de uitvoering van dit werk in London werd, onder zijn eigen directie, op 12 september 1884, de internationale erkenning van Dvorák, een feit.
Terug naar uitvoeringen >
De Gentenaar, Patrick Peire (1946) studeerde psychologie en musicologie op de Rijksuniversiteit van Gent en de Conservatoria in Brussel en Gent. Hij behaalde al prijzen voor harmonie, fluit, blokfluit, kamermuziek en muziekgeschiedenis. In Keulen en Den Haag specialiseerde Peire zich in de historische uitvoeringspraktijk van (vooral Vlaamse) oude muziek.
De dirigent - treedt veelvuldig op met gerenommeerde kamermuziekensembles. Daarnaast dirigeert Peire het orkest Collegium Instrumentale Brugense, zijn eigen koor, Capella Brugensis, en het Nieuwe Vlaamse Symfonie Orkest. Ook is hij een nationaal en internationaal veelgevraagde gastdirigent. Verder geeft hij colleges en muzieklessen en concerten. Peire is in 1946 geboren in Gent. Hij is afgestudeerd op de Rijksuniversiteit van Gent en de Conservatoria in Brussel en Gent.
Peire heeft daarvoor de graad in psychologie en musicologie gekregen. Hij heeft prijzen behaald voor harmonie, fluit, blokfluit, kamermuziek en muziekgeschiedenis. Vervolgens specialiseerde de dirigent zich in Keulen en Den Haag in oude muziek en haar historische uitvoeringspraktijk. Als musicus trad Peire veelvuldig op met gerenommeerde kamermuziekensembles. Sinds 1970 is Peire dirigent van het orkest Collegium Instrumentale Brugense. Peire geeft colleges en lezingen op het Muziek College van Hoger Onderwijs in Gent en Leuven. Hij combineert dit met het geven van kamermuziek, muzieklessen en concerten. Peire heeft zelf het koor Capella Brugensis opgericht. Hij dirigeert het koor en het nieuwe Vlaamse Symfonie Orkest al acht jaar. Vanwege de hoge kwaliteit van zijn muziekuitvoeringen vragen veel orkesten hem als gastdirigent, nationaal en internationaal. Zijn constante inzet voor het nationale repertoire bezorgde hem in 1998 de ‘Trofee Fuga 1998’, toegekend door de Unie van Belgische Componisten. Peire heeft veel belangstelling voor Vlaamse muziek. Daarom is hij regelmatig te vinden in archieven op zoek naar vergeten partituren.
Terug naar uitvoeringen >
Het Collegium Instrumentale Brugense (1970) geeft composities een eigen stijl en karakter. Dit komt mede door dirigent Peire. Toch handhaaft het orkest de originele stijl en het karakter van muziekstukken uit verschillende stijlperiodes. Het kamerorkest is heel populair in België en zeer geliefd op de Europese muziekbühne.
Het Collegium Instrumentale Brugense gebruikt vooral moderne instrumenten. Deze vergroten de omvang van het repertoire en zorgen voor uitvoeringen van topkwaliteit, ook in akoestisch mindere concerthallen.
Gewonnen prijzen:
Het Collegium Instrumentale Brugense is in 1970 opgericht. Iedere compositie voert het orkest op met een eigen stijl en karakter. Het komt mede door de gelijkgezinde muzikanten en de professionele dirigent: Patrick Peire. Het Collegium Instrumentale Brugense staat bekend als één van de meest gewaardeerde kamerorkesten van België. Daarnaast is het orkest van vaste waarde op de Europese muziekbühne. Het Collegium Instrumentale Brugense valt op door het gebruik van moderne instrumenten.
Terug naar uitvoeringen >
Capella Brugensis is een ensemble met geschoolde zangers. De dirigent selecteert per concert de zangers. Het koor heeft een flexibele bezetting, variërend van kwartet tot groot kamerkoor. De koorleden zingen vaak a cappella, begeleid door een keyboard, klavier, orgel, continuo of orkest (vaak het Collegium Instrumentale Bruggense).
Het Capella Brugensis treedt op in binnen- en buitenland met een uitgebreid repertoire. Het koor heeft in 1996 een Grammy Award ontvangen in de categorie Opera. Capella Brugensis ontving de award voor het (samen met het Collegium Instrumentale Bruggense) opvoeren van de opera Tancredi van Rossini. In 2000 vierde het koor haar 10e verjaardag.
Terug naar uitvoeringen >
Pas na zijn dood werd hij beroemd, bovenal door zijn Stabat Mater-compositie, maar ook door de komische opera 'La Serva Padrone', de waarschijnlijk gaafste opera buffa ooit geschreven. Stravinsky heeft in zijn ballet 'Pulcinella' thema's van Pergolesi gebruikt en de filosoof Jean-Jaques Rousseau schreef ooit over het eerste duet van deze Stabat Mater-compositie:
het meest perfecte en ontroerende duet dat ooit uit de pen van een componist is gevloeid". Veel componisten gebruikten zijn Stabat Mater om het te imiteren of te parafraseren. Zo gebruikte Bach het complete werk om Psalm 51 te toonzetten.
Een bijzonderheid van geheel andere aard: de eerste en laatste delen van Pergolesi's 'Stabat Mater' zijn gebruikt in de soundtrack van de film 'Jésus de Montréal; het derde deel (Quis est homo) is gebruikt in de soundtrack van de film 'Smilla's Sense of Snow'.
Terug naar uitvoeringen >

Tussen Cornysh en Palestrina zit een breuk in de geschiedenis van West-Europa: de Reformatie. In 1517 hing Martin Luther zijn 95 stellingen aan de kloosterdeur van Wittenberg en in 1531 verklaarde de Engelse koning Hendrik VIII zich en zijn onderdanen onafhankelijk van de Roomse kerk.
Aan katholieke zijde leidde dat tot de Contrareformatie, waarvoor het Concilie van Trente (1545-1563) de aanzet gaf. Het concilie maakte schoon schip met een aantal uitwassen in het kerkelijk bedrijf. Wereldlijke invloeden moesten voortaan uit de kerkmuziek geweerd worden, zoals melodisch materiaal dat aan wereldlijke composities was ontleend.
Ook instrumenten moesten worden verbannen – iets dat Calvijn aan reformatorische kant al had bewerkstelligt. Het concilie overwoog zelfs een verbod op meerstemmigheid, omdat daardoor de verstaanbaarheid van de liturgische tekst in gedrang kwam. Het zijn Jakob de Kerle en Giovanni Pierluigi da Palestrina geweest, die de concilievaders tot andere gedachten hebben gebracht, niet door te overreden met woorden maar door te overtuigen met hun composities.
Terug naar uitvoeringen >

Pietro Antonio Fiocco (1650-1714) werd in Italië (Venetië) geboren en vestigde zich in 1681 te Brussel. In 1682 huwde hij aldaar met Jeanne de Latere. In 1687 werd hij 'Maître de musique' van de hertogelijke kapel te Brussel. Instrumentale sinfonia Naast opera's van Lully voerde hij ook regelmatig eigen scenisch werk op. In 1696 werd Fiocco kapelmeester aan de Sint-Goedelekathedraal te Brussel, een ambt dat hij tot aan zijn dood 1714 bekleedde. De diverse partijen van Fiocco's Stabat Mater in c-moll bevinden zich in handschrift in de Koninklijke Bibliotheek Albert I te Brussel. Voor zover de Stichting kon achterhalen zou de uitvoering in Nederland nog niet eerder zijn uitgevoerd. Na een korte instrumentale sinfonia worden de verschillende gedeelten van het Stabat Mater door solisten en koor vertolkt. Het vocale gedeelte omvat twee gelijkwaardige delen, die eenzelfde structuur vertonen: een solo voor de alt, een koorgedeelte met strijkersbegeleiding, een duet voor sopraan en bas, een trio voor sopraan en bas, een arioso voor tenor en twee violen en een koor. Als coda krijgen we nog de altsolo en het eerste koorgedeelte. De koorbezetting is vijfstemmig met drie mannenstemmen.
Terug naar uitvoeringen >

Al kent het Brabant Koor een vast samenwerkingsverband met het Brabants Orkest, ook met andere orkesten wordt regelmatig opgetreden.
In de afgelopen seizoenen vonden uitvoeringen plaats met orkesten in België en Duitsland.
In de loop der jaren heeft het Brabant Koor met veel succes de meest uiteenlopende koorwerken uitgevoerd onder leiding van vele vermaarde dirigenten uit binnen- en buitenland. Het Brabant Koor wordt gesubisdieerd door de Provincie Noord-Brabant.
Terug naar uitvoeringen >

Het Brabants Orkest is een veelzijdig en ambitieus orkest dat niet valt weg te denken uit het Nederlandse muziekleven. Het orkest heeft een breed symfonisch repertoire uit de orkestliteratuur dat van avontuurlijk karakter is.
In 2006 heeft de Fransman Marc Soustrot afscheid genomen als chef-dirigent van Het Brabants Orkest. Tien jaar is hij aan het orkest verbonden geweest. Met ingang van seizoen 2008/2009 treedt de Kazach Alan Buribayev aan als chef-dirigent van het Brabants Orkest.
Het orkest verzorgt jaarlijks meer dan 100 concerten in binnen- en buitenland. Regelmatig zijn hierbij ook gastdirigenten als Arild Remmereit, Michel Tabachnik, Jan Willem de Vriend en Jean-Jacques Kantorow op de bok aan te treffen.
Behalve het geven van symfonische concerten heeft Het Brabants Orkest zich ook toegelegd op het begeleiden van opera, vaak in samenwerking met Opera Zuid, en de educatieve praktijk. Sinds voorjaar 2004 organiseert Het Brabants Orkest in samenwerking met BisK (Brabants Instituut voor School en Kunst) jaarlijks een educatief project voor grote aantallen leerlingen van het basisonderwijs. Het Brabants Orkest onderhoudt sinds jaar en dag muzikale banden met Brabant Koor en is daardoor tevens in staat symfonisch repertoire met een groot vocaal aandeel ten gehore te brengen.
Terug naar uitvoeringen >
Het Choeur Symphonique de Paris bestaat uit 160 zangers en zangeressen. Het koor richt zich vooral op de vertolking van composities uit de 19e en 20e eeuw die een dubbel koor vereisen.
Met haar kwaliteit en enthousiasme weet het Choeur Symphonique de Paris in korte tijd een steeds groter publiek te bereiken voor gezongen muziek.
Terug naar uitvoeringen >
De kwaliteiten van l'Orchestre Philharmonia de Paris worden binnen en buiten Frankrijk geroemd. Samen met het koor maakte het orkest furore met de uitvoering van werken als: 'Ballad of Heroes' van Britten, het 'Stabat Mater' van Rossini, de 'Grote Mis in c-mineur' van Mozart en 'La Damnation de Faust' van Berlioz.
Wie in het Franse woordenboek speurt, zal ontdekken dat 'Soustrot' vrij vertaald 'in draf' betekent. Toeval? Onwaarschijnlijk. Feit is dat de carrière van Marc Soustrot, sinds 1996 chef-dirigent van Het Brabants Orkest, een opmerkelijke vaart kent.
Zo is hij vanaf 1995 Generalmusikdirektor van de stad Bonn - muzikaal en artistiek leider van het Orchester der Beethovenhalle en chefdirigent van de Opera Bonn.
Daarnaast vervult hij regelmatig gastdirigentschappen bij onder meer het Oslo Philharmonisch Orkest, het Tokio Philharmonisch Orkest, het Residentie Orkest, L'Orchestre National de Belgique en het English Chamber Orchestra. Bovendien is hij op uitnodiging van grootmeester Valéry Gergiev sinds kort gastdirigent van het vermaarde Rotterdams Philharmonisch Orkest. In zijn weidse kennis van repertoire steekt Marc Soustrot zonder twijfel met kop en schouders boven zijn Franse collega's uit. Karakteristiek voor zijn concertprogrammering is het uitdagende evenwicht tussen traditionele en hedendaagse werken. Ter illustratie van zijn veelzijdigheid: zijn opera-repertoire reikt van Don Giovanni en Carmen tot de Ring des Nibelungen en Wozzeck. Ook enkele cd-opnames weerspiegelen zijn grote ontvankelijkheid voor uiteenlopende muzikale stijlen en periodes. Zo nam hij de Mahler-Lieder op met José van Dam, Dutilleux met de Bamberger Symphoniker en de Urfassung van Beethovens Leonore met het Orchester der Beethovenhallen.
Terug naar uitvoeringen >
Dat Hasse de plank niet missloeg, mag blijken uit het feit dat dit Stabat Mater nog tijdens Haydns leven tot zijn meest uitgevoerde stukken behoorde en in een groot aantal landen in druk werd uitgegeven.
Muziek is reizen in de grenzeloosheid van de fantasie. Maar ook in de werkelijkheid legt Ed Spanjaard duizenden kilometers af. Zo dirigeerde hij in Vancouver een spraakmakende productie van Carmen van Bizet.
Hij leidde het Israel Philharmonic Orchestra tijdens het staatsbezoek van koningin Beatrix in 1995 en is kind aan huis bij de orkesten van de RAI in Italië. Eerder gaf hij met zijn Nieuw Ensemble extra kleur aan het festival van Salzburg, de Warschauer Herbst en Paris Automen.
panjaard -die ooit aan de zijde van Haitink, Solti en Von Karajan stond- was vaste dirigent van het Nederlands Ballet Orkest en het Limburgs Symphonie Orkest. In Nederland leidde Spanjaard ondermeer Het Brabants Orkest en het Residentie Orkest (Aïda), De Nederlandse Opera (Rigoletto), De Nationale Reisopera (Faust en Don Carlo) en Opera Zuid (La Bohème en Madame Butterfly).
De komende jaren staan er dirigentschappen op stapel bij ondermeer Het Brabants Orkest, het Radio Symfonie Orkest en het Orkest van het Oosten. Verder kijken The National Symphony Orchestra of Taiwan en de Nürnberger Symfoniker uit naar Spanjaard, die zich de laatste jaren zowel op opera's als op hedendaags en klassiek repertoire stort.
Terug naar uitvoeringen >Na een briljante studie ontving Xavier Ricour in 1974 een eerste prijs voor directie op het Parijse conservatorium. In 1976 nodigde Maestro Carlo Maria Giulini hem uit om voor zijn verdere vorming naar Wenen te komen.
Naast een vast dirigentschap van l'Orchestre Philharmonique de Montpellier, dirigeert Xavier Ricour vele belangrijke orkesten in Frankrijk, Europa en Afrika.
Zijn passie voor gezongen repertoire - hij heeft op dit gebied een lange en solide ervaring als operadirigent - bracht hem in 1994 tot de oprichting van het Choeur Symphonique de Paris.
Terug naar uitvoeringen >
Kort voor zijn dood schreef hij: "Ik probeer een indruk van innigheid en vooral van deemoed te geven, voor mij het mooiste van een gebed. Ik heb met het Stabat Mater, het Gloria en Sept Répons de ténèbres drie goede geestelijke werken geschreven en ik hoop dat deze mij enkele dagen vagevuur mogen besparen."
Giuseppe Verdi [1813-1901], zoon van een kroegbaas in het Italiaanse gehucht Le Roncole, dorst al vroeg naar muziek. Op zijn tiende volgt hij de dorpsorganist op die hem heeft ingewijd in de grondslagen van de muziekleer. Tot zijn spijt zakt Verdi voor het toelatingsexamen van het conservatorium in Milaan.
Eén van de examinatoren neemt hem evenwel onder zijn hoede, in de overtuiging dat de knaap méér in zijn mars heeft. In 1836 lost Verdi die belofte in met zijn benoeming tot maestro di musica in Busseto. Kort daarop trouwt hij in dit Parmezaanse stadje met de dochter van zijn beschermheer Barezzi, de koopman uit Le Roncole die ervoor zorgde dat Verdi in zijn jeugd het gymnasium kon volgen.
Veel gezinsgeluk wacht hem niet; zijn vrouw en twee kinderen overlijden op jonge leeftijd. In 54 jaar tijd schreef Verdi 28 opera's, waaronder 'Aïda', 'Rigoletto', 'La Traviata' en 'Otello', die op grote bijval mochten rekenen. Het Italiaanse publiek koesterde een grote sympathie voor Verdi, niet alleen vanwege zijn geniale muzikaliteit maar ook om de politieke strijdlust die hem -met verwijzing naar het slavenkoor van Nabucco- werd toegedicht. Zo kalkten voorstanders van de Italiaanse eenheid veelvuldig VERDI op de muren, afkorting van de revolutionaire leus 'Vive Emanuele, Re D'Italia. Pas op late leeftijd schrijft Verdi kerkelijke muziek. In 1874 verschijnt zijn Requiem, geïnspireerd door de dood van zijn vriend en dichter Manzoni. De Quattro Pezzi Sacre componeert hij met tussenpozen. Dit laatste werk van Verdi, dat bestaat uit Ave Maria, Laudi alla Vergine, Te Deum en Stabat Mater, voltooit hij in 1898, een jaar na de dood van Giuseppina Strepponi, zijn tweede vrouw. De vier muzikale luiken van Quattro Pezzi Sacre verschillen sterk van elkaar, zowel in dramatiek als in uitvoeringstechnische zin.
Terug naar uitvoeringen >
Gioacchino Rossini [1792-1868] deed 17 jaar over de totstandkoming van zijn 39 opera's. Deze Italiaanse componist staat te boek als de grootmeester van de melodie en de humor, waarvan de bekendste opera's 'De barbier van Sevilla', L'Italiana in Algeri en Wilhem Tell blijk geven.
Zijn muzikale scherts en frivoliteit lijken te conflicteren met de ernst die hij in kerkelijke muziek etaleert. Toch is die twijfel niet gerechtvaardigd. Exemplarisch voor de oprechtheid van zijn kerkmuziek is het bijschrift dat zijn Petit Messe Solenelle vergezelt. Nederig richt hij zich tot 'le bon Dieu': "Zo, hier is mijn arme kleine mis. Heb ik echt heilige muziek geschreven of verrekt slechte? Ik was voorbestemd voor de komische opera, zoals u best weet.
Niet veel meesterschap, maar wel veel gevoel. Gezegend zij Uw Naam en gun mij een plaatsje in het paradijs." Ook zijn Stabat Mater drukt ernst uit. Zo geeft Rossini in het indrukwekkende eerste deel vrij spel aan de sombere fagotten en cello; het quando corpus morietur van de solisten herinnert aan pre-klassieke muziek; het slot mondt uit in een grote dubbele fuga op de tekstzin In sempernita saecula (tot in alle eeuwigheid) die Rossini eigenhandig toevoegt. Al schrijft Rossini veelal in razende vaart; Stabat Mater komt slechts met vallen en opstaan tot stand. Zijn vriend Alexandre Aguado, bankier te Parijs, verleent de opdracht tot het schrijven van de Stabat Mater, op verzoek van de priester Varela. In blijdschap ontsteekt Rosssini allerminst. Hij lijdt aan zware rugklachten en hij vreest dat hij zich niet kan meten met Pergolesi die al een bejubeld Stabat Mater op zijn naam heeft staan.
In 1832 zet Rossini zich aan het schrijven van zes van de voorgenomen twaalf delen. Na een nieuwe aanval van rugpijn -mogelijk geveinsd- besteedt Rossini de delen 1 en 5 tot en met 9 uit aan de componist Tadolini in Bologna. Zo kan in 1833 alsnog het volledige werk in Madrid worden uitgevoerd.
In 1832 zet Rossini zich aan het schrijven van zes van de voorgenomen twaalf delen. Na een nieuwe aanval van rugpijn -mogelijk geveinsd- besteedt Rossini de delen 1 en 5 tot en met 9 uit aan de componist Tadolini in Bologna. Zo kan in 1833 alsnog het volledige werk in Madrid worden uitgevoerd.
Begin 1842 lopen Parijs en Bologna uit om de herziene Stabat Mater te beluisteren. De concerten, onder dirigentschap van Donizetti, worden geestdriftig ontvangen. Verrukt schrijft de dichter Heine, die bij de première aanwezig is, dat Rossini's muziek de theaterzaal in 'de voorhof van de hemel' verandert.
Terug naar uitvoeringen >11-02-12
Passie in Oirschot - Tijdens en ook na de concertdagen op vrijdag 23 en zaterdag 24 maart zijn in Oirschot extra activiteiten, speciaal voor…
Lees verder >
10-02-12
Kaartverkoop 2012 : zin in groepsarrangement?
Lees verder >
08-02-12
Boek ‘Monument in het blauw’
Lees verder >
06-02-12
Uitkijken naar 2013!
Lees verder >